De toekomst van kleine robots

De Fotovoor is een `wilde robot' - er is geen schakelaar om hem uit te zetten. Ik parkeerde het prototype in een donker hoekje, met een lap over zijn zonnepaneel. Een dag later bleek hij toch bezig zich er heel langzaam uit te wurmen. Maar het is een heel primitief beest, nog lang niet in staat om zich in een willekeurige omgeving te redden.
Zit er toekomst in, vraag je je af. Leidt zoiets als de Fotovoor ooit tot een nuttig soort wilde robot, of is het niet meer dan speelgoed, een doodlopende weg? Hoe zal een echte robot er straks uitzien? In elk geval niet zoals Commander Data uit Star Trek. Er blijft altijd een goedkopere manier om iets te maken dat zo sterk lijkt op een mens.

Veel klussen die we graag aan een robot zouden overlaten - stofzuigen, gras maaien - vragen om een kleinere machine, voorzien van passend gereedschap. Nog beter is waarschijnlijk een robot met meer dan één lichaam; een collectief organisme. Voor een groter huis of grasveld heb je dan geen ander type nodig, maar eenvoudig meer van dezelfde robot. Het voordeel is niet alleen een goedkopere serieproduktie. Een collectief organisme gaat nooit stuk! De vele kleintjes verdelen onderling het werk en vullen automatisch het gat als er een stopt. De robot als geheel werkt door, zelfs als het grootste deel van zijn `lichaam' defect is. Hij maait of zuigt dan alleen wat langzamer. En repareren is makkelijk. Je koopt er gewoon weer een paar kleintjes bij. Klein en simpel hebben de toekomst.